De tien pijlers van Earned Value Management — Deel 3
In de vorige twee artikelen heb ik uitgelegd wat Earned Value Management is en waarom ik ervan overtuigd ben dat het de kern raakt van goed projectmanagement. Wat ik nog niet heb gedeeld, is hoe je er concreet mee kunt beginnen. Dat is waar de tien pijlers in beeld komen.
Waarom niet de volledige 32 richtlijnen
De internationale standaard ANSI/EIA-748 bestaat uit 32 richtlijnen, oorspronkelijk ontwikkeld voor de Amerikaanse defensie-industrie. Ik heb ooit geprobeerd die één-op-één toe te passen op een Nederlands bouwproject,en kan uit ervaring zeggen: dat werkt niet. Niet omdat de richtlijnen slecht zijn, maar omdat de instap simpelweg te zwaar aanvoelt voor de meeste organisaties buiten grootschalige defensie- of overheidscontracten. Fleming en Koppelman erkennen dit zelf ook: voor de meeste praktijksituaties volstaat een kernset van tien richtlijnen om een werkbaar en betrouwbaar systeem neer te zetten.
Die tien vormen samen het fundament waarop ik in bijna veertig jaar projectmanagement heb leren bouwen. Ik noem ze pijlers, omdat ze precies dat zijn: belangrijke structuren. Haal er één weg en de rest wordt instabiel.
De tien pijlers
- Complete werkomvang definiëren. Zonder een volledige, heldere scope weet je nooit precies wanneer een project klaar is en kun je scope creep niet onderscheiden van wat is afgesproken.
- Bepalen wie wat maakt. De organisatiestructuur van het project — inclusief de belangrijkste onderaannemers — vastleggen, zodat duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is.
- Planning maken voor het hele werk. Een formeel planningsproces waarin elke taak zorgvuldig binnen een tijdsbestek is gepland. Zonder deze pijler heb je geen basislijn "Geplande Waarde" om tegen af te zetten.
- Werkbegroting voor alle onderdelen. Elke taak krijgt een geautoriseerd budget, los van eventuele reserves — die blijven eigendom van de projectmanager en worden niet verwerkt in het taakbudget.
- Voortgangssysteem maken, meten en vergelijken. De keuze voor de juiste meetmethode — fysiek percentage, eenheden, mijlpalen — bepaalt of je cijfers de werkelijkheid weerspiegelen of alleen een gevoel geven.
- Baseline bepalen en meten. De bevroren referentie waartegen je alle latere voortgang afzet.
- Kosten registreren gelijk aan opbouwbudgetten. Actuele kosten worden vastgelegd op dezelfde manier waarop de begroting is opgebouwd, zodat je appels met appels kunt vergelijken.
- Monitoren van het verschil tussen de geplande voortgang en kosten en de baseline. Hier komen PV, EV en AC samen — het moment waarop je daadwerkelijk ziet of je voor, op of achter loopt.
- Analyseren van verschillen in tijd en geld en, waar nodig, maatregelen nemen. Niet alleen signaleren dat er een afwijking is, maar ook begrijpen waaróm en daarop handelen.
- Verandering van werkomvang direct verwerken. Scopewijzigingen worden niet genegeerd of vergeten te verwerken, maar meteen doorgevoerd in de baseline, zodat je systeem betrouwbaar blijft.
Een cyclus, geen checklist
Wat me door de jaren heen is opgevallen, is dat deze tien pijlers geen lineaire stappen zijn die je eenmalig doorloopt. Het is een doorlopende cyclus. Een scopewijziging in pijler 10 werkt terug naar pijler 1. Een afwijking die je in pijler 9 analyseert, kan een reden zijn om je planning in pijler 3 aan te passen. Het systeem ademt mee met het project, in plaats van er een momentopname van te zijn.
Wat volgt
In de komende artikelen ga ik elke pijler afzonderlijk verder uitdiepen — met de achtergrond, de valkuilen die ik in de praktijk ben tegengekomen, en waar relevant, concrete voorbeelden uit projecten waaraan ik heb gewerkt. We beginnen bij het fundament van alles: de volledige werkomvang.
Jan van den Berg
non-commercial use only
Contribuisci
Puoi sostenere i tuoi scrittori preferiti


Commento (0)